Voorwoord uit het boek: Het avontuur van het bewustzijn door Satprem (geschreven in 1970)

Het tijdperk van avonturen is voorbij. Zelfs als we naar het zevende melkwegstelsel gaan, gaan we daarheen gehelmd en gemechaniseerd, en vinden we onszelf terug zoals we zijn: kinderen, oog in oog met de dood, levenden die niet goed weten hoe ze leven, noch waarom, noch waarheen ze gaan. En op aarde weten we best, dat de tijd van Cortez en Pizarro voorbij is: hetzelfde  Mechaniek sluit ons in, de val klapt dicht. Maar zoals altijd blijkt ook hier, dat onze zwaarste tegenspoed de beste gelegenheid is die ons geboden kan worden, en dat de donkere gang alleen maar een gang is die leidt naar een groter licht. We staan dus met de rug tegen de muur, oog in oog met het laatste gebied dat ons nog rest om te onderzoeken, het laatste avontuur: onszelf.

Er zijn tekenen in overvloed, ze zijn eenvoudig en spreken voor zichzelf. Het belangrijkste verschijnsel van de laatste tien jaar is niet de reis naar de maan, maar de ‘trips’ met de drugs, de grote volksverhuizing naar de bergweiden van de hippies, en de gisting onder de studenten over de hele wereld. En waar zouden we heen moeten gaan? Er is geen ruimte meer op de wemelende stranden, geen ruimte meer op de overvolle wegen, geen ruimte meer in de steeds groeiende termietenheuvels van onze steden. We zullen elders een opening moeten vinden.

Maar er zijn allerlei soorten ‘elders’. Dat van de drugs is onzeker en bezaaid met gevaren, en vooral: het is afhankelijk van een extern hulpmiddel – een ervaring moet te verkrijgen zijn wanneer men dat wil en waar dan ook, midden op de markt zo goed als in de eenzaamheid van onze kamer, anders is het geen ervaring, maar een afwijking of een vorm van slavernij. Dat van de psychoanalyse blijft voor het moment beperkt tot een paar slechtverlichte spelonken, en bovenal ontbreekt het haar aan die hefboom van bewustzijn, die de mens in staat stelt te gaan waar hij wil, als meester en niet als machteloze getuige of ziekelijk slachtoffer. Dat van de religie is beter verlicht, maar ook dat is afhankelijk, van een god of een dogma, en vooral: het sluit ons op in één soort ervaring, want men kan net zo goed, en zelfs beter, de gevangene zijn van gindse werelden dan van de wereld hier. En tenslotte wordt de waarde van de ervaring bepaald door haar vermogen het leven te transformeren, anders worden we geconfronteerd met een bedrieglijke droom of een hallucinatie.

Sri Aurobindo laat ons een dubbele ontdekking doen, die we dringend nodig hebben, als we niet alleen een uitlaatklep zoeken voor de ons verstikkende chaos, maar onze wereld willen transformeren. Want als we hem stap voor stap volgen in zijn ongelofelijk onderzoek – zijn techniek van de innerlijke ruimte, om zo te zeggen – dan worden we geleid naar de grootste ontdekking aller tijden, naar de poort van het Grote Geheim dat de uiterlijke wereld moet veranderen, namelijk dat bewustzijn een vermogen is. Verbijsterd als we zijn door de ‘onontkoombare’ wetenschappelijke omstandigheden waarin we geboren zijn, zou het kunnen lijken of de enige hoop van de mens ligt in een progressieve uitbreiding van zijn machines, die beter zullen zien dan hij, beter zullen horen dan hij, beter zullen rekenen dan hij, beter zullen genezen dan hij – en die tenslotte misschien beter zullen leven dan hij. Het gaat er evenwel om te ontdekken, dat wij het beter kunnen dan onze machines, en dat het enorme Mechaniek dat ons verstikt even snel in puin kan vallen als het is ontstaan, als we alleen maar de ware macht zouden aanraken en in ons eigen hart afdalen als methodische, rigoureuze en lucide onderzoekers.

Dan zullen we misschien ontdekken, dat die prachtige twintigste eeuw van ons zich nog maar in het Stenen Tijdperk van de psychologie bevond, en dat we met al onze wetenschap de ware Wetenschap van het Leven nog niet zijn binnengegaan, noch het meesterschap over de wereld en over onszelf, en dat zich voor ons perspectieven openen van een volmaaktheid, een harmonie en een schoonheid, waarnaast onze grootse ontdekkingen zullen verbleken tot het gepruts van een beginneling.

Satprem,
Pondicherry, 27 januari 1970

Maar dit alles is in de toekomst; het is een toekomst … die is begonnen, maar die enige tijd zal vergen om integraal te worden gerealiseerd. Ondertussen zitten we in een heel bijzondere situatie, heel bijzonder, zonder precedent. We zijn nu getuige van de geboorte van een nieuwe wereld; het is erg jong, erg zwak – niet in essentie maar in zijn uiterlijke vorm – nog niet erkend, zelfs niet gevoeld, ontkend door de meerderheid. Maar het is hier. Het is hier, en het doet zijn best om te groeien, absoluut zeker van het resultaat. Maar de weg ernaartoe is een volledig nieuwe weg die nog nooit eerder is bewandeld – niemand is daarheen gegaan, niemand heeft dat gedaan! Het is een begin, een universeel begin. Het is dus een absoluut onverwacht en onvoorspelbaar avontuur.
Er zijn mensen die van avontuur houden. Hen roep ik op en ik vertel ze dit: “Ik nodig je uit voor het grote avontuur.” 

– De Moeder –

De Moeder, die samen met Sri Aurobindo de basis legde voor de Integrale Yoga, leefde van 1878 – 1973. De nieuwe tijd die door haar werd aangekondigd is de tijd waarin wij nu leven. Wij zijn getuige van deze nieuwe tijd.

Als docent yogafilosofie en innerlijke ontwikkeling heb ik het voorrecht met veel mensen in aanraking te komen. En ik ervaar de nieuwe tijd iedere dag.
Ik ontmoet mensen die prachtige inzichten hebben zonder te weten wat het is. Mensen die yoga toepassen in het leven en zulke vorderingen maken, hun verdriet en onbegrip zien veranderen in begrip, inzicht en vreugde.
De deuren naar ons innerlijk bewustzijn worden geopend.
Hoe? Door het in de praktijk brengen van de stilte van het denken, het beheersen van de emoties en verlangens, het mediteren, het wachten, het oefenen, oefenen en nog eens oefenen openen de deuren.

Sri Aurobindo en De Moeder spraken over de komst van een nieuw bewustzijn en noemden dit het waarheidsbewustzijn.
Als we naar onze tijd kijken, dan zien we dit waarheidsbewustzijn aan het werk. Het werkt als een licht en dit licht laat ons dingen zien. Nieuwe mogelijkheden, ongekende werelden, maar ook de talloze mistanden en grote ongelijkheid die er op aarde nog steeds is. Hierdoor zou het kunnen lijken alsof het op aarde steeds slechter wordt in plaats van beter.
Maar is het niet zo dat je zelf ook, voordat je iets aan of in jezelf kunt veranderen, eerst goed moet zien en ervaren wat er veranderd dient te worden? Je loopt net zo lang tegen dezelfde zg. fouten aan tot je gaat zien, ervaren, beseffen dat je jezelf aan het beperken bent en als je dat eenmaal ziet kun je beginnen er iets aan te veranderen.
Als dat in het klein zo gaat, zal het dan in het groot niet ook zo gaan?
Als dit voor jezelf opgaat, zou het dan ook niet opgaan voor de aarde?

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze door hun grootste moeilijkheden, hun diepste dalen, een ander zichzelf gaan ontdekken. Het lijkt erg cliché, maar voor mijn oren is het elke keer weer mooi als iemand zegt: als ik deze burn-out niet had gekregen had ik hier geen opleiding gevolgd, of: als ik niet zo diep had gezeten had ik geen zoektocht ondernomen die me naar yoga heeft geleid.
Want yoga gaat over de bewuste ontdekking van jezelf.

Het huidige menselijk denkvermogen houdt zich voortdurend bezig met tegenstellingen. Als iets niet goed is, dan is het slecht. Als iets niet eerlijk is dan is het oneerlijk. En deze tegenstellingen zijn volkomen wáár in het menselijk denkvermogen.
Maar wanneer iemand gevoeliger wordt, geestelijker, dan lijken tegenstellingen hun waarheid te verliezen. Zij worden schakeringen van iets, in plaats van harde feiten.
Zelf heb ik vaak mogen ervaren dat iets dat ik heel goed bedoelde helemaal verkeerd uitpakte, het was “bedacht”, het was beredeneerd, het was misschien juist vanuit moreel standpunt gezien, maar ja, een standpunt is een standpunt.
Opvattingen, oordelen, ze lijken steeds meer tekort te schieten. Op ieder moment vanuit het geestelijke bewustzijn  antwoord geven op de situatie van dit moment blijkt veel beter te werken.
We zijn zo gewend te vechten voor ons bestaan, te werken voor resultaat, dat het voor de Westerse mens heel moeilijk lijkt om te beseffen dat Dat waar hij naar zoekt er al volledig is. Dat we eerder mogen ontleren. Dat we mogen zoeken in onszelf in plaats van buiten onszelf. Dat we af en toe iemand ontmoeten die ons aanmoedigt met open ogen de confrontatie aan te gaan en dat we een mooier onszelf mogen ontdekken dan we ooit hadden durven dromen.
Dat we soms iets gewoon nog niet helemaal goed zien, onbewust zijn, of maar gedeeltelijk bewust, in ons oppervlakte bewustzijn leven in plaats van in de diepten van ons wezen en van daaruit het leven aangaan, dat is een onvermijdelijk bijverschijnsel.

Misschien dient ons leven wel voor iets anders dan geld verdienen, verlangens vervullen, reizen, trouwen, kinderen krijgen, werken, en dood gaan. Deze dingen horen natuurlijk bij het leven, maar er is nog iets anders, er is een grotere vervulling, een groter leven, een universeler leven, een vollediger leven; er is meer.

Ook yoga evolueert. Het klinkt logisch, maar in de tijd van Sri Aurobindo waren de klassieke yogavormen zo ongeveer heilig verklaard en werden gezien als een soort absolute waarheid waar niet aan getornd mocht worden. Sri Aurobindo deed dat wel. Allereerst bestudeerde hij ze zorgvuldig. En daarna verenigde hij ze in zijn Integrale Yoga. Een yoga zonder vaste regels, geen dogma’s, maar de vrijheid van ieder mens om zijn eigen yogaweg te gaan.

Daarna deed hij een ontdekking die nog niet eerder gedaan was, hij zag de mogelijkheid om een weg te openen die tot dan toe geblokkeerd was. De weg naar boven, naar het hogere bewustzijn was al vrijgemaakt door de yogi’s van weleer, maar dit hogere bewustzijn meenemen naar het aardse leven om het leven op aarde hierdoor te veranderen, dat is precies van Sri Aurobindo en De Moeder hebben gedaan.
Zij waren de pioniers voor een ‘Life Divine’ op aarde.
Het is een feit dat als iets eenmaal gedaan is door iemand op aarde, de weg gebaand is voor anderen om in hun voetsporen te treden.

We leven nu in de tijd erna.
De weg is gebaand, de veranderingen worden steeds zichtbaarder.
Yoga is voor steeds meer mensen toegankelijk.
Er worden bijzondere zielen geboren.
Systemen en dogma’s worden langzamerhand onderuit gehaald.
Onze mentale wetten, morele wetten, ze lijken niet meer te voldoen.

We leven in een tijd van grote verandering. Ons vermogen om mee te bewegen met deze veranderingen zou wel eens het primaire vermogen kunnen worden van de toekomstige mens. Het vermogen om waarheid te dienen zelfs als het ten koste gaat van eigen voordeel of een vitaal genoegen. Om gelijkheid te erkennen als primair recht en essentiële waarheid en daaruit voortkomend de vrijheid die iedere ziel innerlijk al ervaart ook in het uiterlijke leven te ervaren. En tenslotte om dat uiterlijke leven te veranderen in die schoonheid, die liefde, die vreugde, die kracht, dat bewustzijn, die vrede, die vrijheid, die eeuwigheid, die iedere ziel van nature toebehoort.

Lopamudra

 

Op dit moment bevindt ons land zich in een grote onrust, bijna in een staat van paniek.
We merken allemaal dat onrust op deze collectieve schaal heel goed voelbaar is.
Je hoeft zelf niet ongerust te zijn om te ontdekken dat er een naar gevoel over je is gekomen.
In deze periode is het extra belangrijk te beseffen dat onze yoga oefeningen essentieel zijn voor onze innerlijke gezondheid en dat deze ook effect zullen hebben op onze uiterlijke gezondheid en op de mensen om ons heen.
Als je jezelf in een toestand van innerlijke stilte kunt brengen zul je merken dat alle uiterlijke onrust verdwenen is of in ieder geval afneemt.
Je zult ook merken dat jouw rust invloed heeft op de mensen om je heen.
Jouw toestand van stilte absorbeert en neutraliseert de onrustige gevoelens die als negatieve radiogolven door de ruimte bewegen, alles en iedereen aanraken en in een toestand van onrust brengen. Misschien kunnen we in deze tijd begrijpen dat angst en onrust ook besmettelijk zijn, maar dat we die besmetting niet hoeven te accepteren, niet hoeven binnen te laten. We mogen leren er niet op te reageren, eerst uiterlijk, dan steeds meer innerlijk.
Als yogacentrum roepen we onze leerlingen en docenten op om zo rustig mogelijk deze periode door te komen. Om alleen te spreken over zaken die mensen rustiger kunnen maken. Natuurlijk houden ook wij ons aan de collectieve voorschriften, we sluiten niet onze ogen, we sluiten alleen onze ogen om de stilte te zoeken.
Spreek niet over de onrust, wakker de angst niet aan.
Blijf kalm als iemand onrustig is.
Reageer zo min mogelijk op onrust veroorzakende gesprekken.
Is er echt iets aan de hand, handel dan kalm en doeltreffend.
Beoefen zelf de praktijk van de stilte, breng jezelf tot rust aan het begin en aan het eind van de dag, mogelijk ook vaker tussendoor.
Probeer iedere dag iets te doen wat jou rust geeft en in een rustige gemoedstoestand brengt, bv een wandeling maken, iets moois lezen, in de tuin werken, mooie muziek luisteren.
Beoefen de stilte en probeer haar zo lang mogelijk aan te houden door een innerlijke aandacht. Verlies je die aandacht of wordt de druk te groot, keer dan weer terug zodra je dat door hebt.
Yogi’s weten hoe machtig de kracht van stilte is.

Laten we deze met elkaar zoeken en beoefenen.
Je zult zelf gaan ervaren hoe groot de macht van de stilte is.

Een eenvoudige oefening

Ga rustig zitten in kleermakerszit of op een stoel, of ga ontspannen liggen.
Als het je helpt zet je op de achtergrond rustgevende muziek op.
Sluit je ogen.
Concentreer je op je ademhaling.
Voel de inademing, voel je uitademing.
Probeer met je volle aandacht bij de ademobservatie te blijven.
Als je wordt afgeleid door een gedachte, keer met je volle aandacht terug naar de adembeweging.
Word je afgeleid door een gevoel, maak je concentratie op de adembeweging sterker.
Verleg je aandacht nu naar de uitademing.
Adem uit en laat op de uitademing de spanning los.
Adem uit naar beneden, van uit de neus waar de adem door binnen kwam volg je met je aandacht de energiestroom naar de buik, naar de voeten, naar de aarde.
Adem uit in de beweging omlaag en laat los.
Je mag hierbij zuchten, je mag door de mond uitademen, je mag het gevoel van loslaten oproepen: hèhè, pfffff…..
De inademing komt vanzelf, de uitademing wordt met aandacht naar beneden gevolgd.
Adem uit en laat emoties los.
Adem uit en laat gedachten los.
Adem uit en laat los.

Nadat je dit heel bewust gedaan hebt laat je je concentratie los.
Je zit of ligt en observeert jezelf.
Voel ik minder spanning?

Is de onrust afgenomen?
Zijn er minder of misschien zelfs geen gedachten?

Blijf even heel rustig in je eigen aandacht.
Je kunt het bovenstaande herhalen of je doet het nog eens later op de dag.

 

 

 

Bij het woord geboorte denken we aan de geboorte van een kind. In de yoga wordt deze geboorte gezien als een ‘uiterlijke geboorte’, de ziel wordt geboren in een aards lichaam. De yogaweg is een ‘innerlijke geboorte’, de ziel herinnert zich haar oorsprong en dat voelt werkelijk als een nieuwe geboorte, men voelt zich ‘herboren’.

De Moeder zag de geboortedag van een mens als iets bijzonders. Zij spoorde mensen aan hun verjaardag door te brengen met het zoeken naar het doel van het leven. Ieder mens wordt verondersteld een speciale ontvankelijkheid te hebben op zijn geboortedag. Hij kan er zijn voordeel mee doen door de juiste besluiten te nemen en nieuwe vooruitgang op zijn pad.

In de drukte van het dagelijkse leven vergeten we vaak dat er zoiets bestaat als ‘het doel van je leven’. En toch werkelijk, ieder mens heeft een eigen doel om op aarde te zijn, draagt een eigen specifieke mogelijkheid in zich die tot wasdom kan komen in dit aardse leven.
Op het moment dat je erachter komt dat je elke keer tegen dezelfde problemen aan loopt, iedere keer struikelt over dezelfde hindernissen, herhaaldelijk in moeilijkheden komt door dezelfde fouten, dan wordt het pas echt interessant.
Dat zijn namelijk momenten van bewustwording. Bewustwording is vaak een pijnlijk proces waar veel moed voor nodig is. Maar als je jezelf onder ogen durft te komen, zonder mitsen en maren, dan komt er een gevoel van een enorme bevrijding over je heen. Je begrijpt dat dit alles ergens toe dient. Dat de moeilijkheden van het leven je gaan helpen naar de overwinning.

De Moeder zegt hierover: Er is zo’n groot verschil tussen een vaag gevoel hebben, een twijfelende indruk van iets, van een kracht, een beweging, een impuls, een aantrekking tot iets dat je drijft in het leven en een heldere visie hebben, een precieze waarneming, een volledig begrip van de betekenis van het leven.
Alleen dan gaat men de dingen zien zoals ze zijn, niet eerder.
Alleen dan kan men de draad volgen van zijn bestemming, duidelijk het doel zien en de manier om het te bereiken. Maar dat gebeurt alleen door opeenvolgend innerlijk ontwaken, als deuren die plotseling openen naar nieuwe vergezichten. Waarlijk, een nieuwe geboorte in een waarachtiger, dieper, meer blijvend bewustzijn.

Yoga begint bij bewustwording. Bewustwording is het startblok waar de yogareis begint. De reis van wie je was naar wie je zult zijn.
Hoe die reis verloopt is zeer uiteenlopend. Sommige mensen maken er een race van, ze hebben al veel levens geleefd en de finish al vaak dichtbij zien komen. Ze leven met een grote urgentie om daar te komen.
Anderen maken er een rustige wandeling van en genieten van het uitzicht.

Alle verhalen uit de mythologie zijn gebaseerd op de queeste van de mens, een zoektocht vol hindernissen, draken met zeven koppen, een moeras van drijfzand…op zoek naar de heilige graal, de ring der ringen enz. De hindernissen staan symbool voor de reeks van overwinningen die we moeten behalen om daar te komen waar we willen zijn. In het echte leven zijn ze een stuk minder spectaculair, de draak is een collega die je het bloed onder de nagels weet te halen, het drijfzand is een toestand van somberheid die je elke keer in een wurggreep houdt. En je komt erachter dat door te zien dat je collega een draak is, dit nog niet betekent dat je je niet meer kunt branden aan zijn vuurspuwen. Het kan frustrerend zijn te ervaren hoe vaak je je moet branden, voor je de overwinning hebt behaald; de moeilijkheid hebt overstegen.

Je zult gaan zien dat de overwinning van binnen is, altijd. Het is altijd iets wat je met jezelf doet. Je innerlijke houding verandert en dan verandert alles.
En na iedere overwinning, hoe klein ook, op jezelf, vind je jezelf terug op een hoger plan. En die ontwikkeling is zonder einde.

Op aarde geboren worden is één, maar innerlijk geboren worden is twee.
Deze innerlijke geboorte is trouwens voor altijd. Hoeveel levens er ook nog mogen volgen, na een moment van innerlijk ontwaken zul je jezelf altijd zo terugvinden, of beter gezegd, wat je innerlijk hebt verworven is voor altijd van jou. Er zullen meer momenten komen van innerlijk ontwaken, ze zullen zich verdiepen, verhogen en verbreden. In de oude geschriften schrijft men daarom: kijk waar je hart naar uitgaat, naar de dingen van de wereld of naar de schatten van de hemel.
We leven in een tijd waarin de schatten van de hemel naar de aarde kunnen worden gebracht. De mens is nooit eerder zo ‘psychisch’ geweest. De ziel van de mens is nog nooit eerder zo sterk naar voren gekomen en deze ontwikkeling is op grote schaal gaande.

Iedere innerlijke vooruitgang heeft effect op de mens, op zijn denken en voelen, op zijn lichaam; eerst in zichzelf en later ook op de mensen om hem heen en zelfs op de gebeurtenissen.
Verandering werkt van binnen naar buiten.
Misschien heb je besloten dat 2020 een ander jaar voor je wordt, een jaar van verandering, van een geboorte in een nieuw bewustzijn.
Weet dat dit bewustzijn al bestaat in je, je hebt alleen de deur er naartoe nog niet ontdekt.
Als je wilt veranderen naar een nieuw, een ander bewustzijn, denk dan niet aan wie je was, maar aan wie je wil zijn.
Het verleden heeft je gemaakt tot wie je bent, hoe wil je verder groeien?
Je kunt iedere dag nieuwe zaden planten, het is aan jou welke dat zijn.
Geef ze water, vertrouw erop dat ze zullen openbarsten en dat ze groeien.
Zet ze in het licht en weet dat wat je zaait je ook zult oogsten.
Heb geduld, niet iedere boom geeft direct vruchten.
Heb geduld, je hebt misschien al eens iets gevoeld van je tijdloze, innerlijk, geestelijk zelf. Leef steeds meer daarin, in innerlijke tijd, in tijdloosheid, terwijl je toch een uiterlijk leven leeft dat uit momenten en uren en dagen bestaat. Als je meer innerlijk gaat leven ga je het uiterlijke leven heel anders ervaren, steeds beter begrijpen, want het uiterlijk leven komt uit het innerlijk voort.
Als er geen innerlijk leven is, voltrekken de wetten van de natuur en het leven zich vanzelf, maar als er een innerlijk leven ontstaat begin je werkelijk te bestaan. En je zult ontdekken dat je altijd al hebt bestaan en voor eeuwig bent.

Lopamudra

 

Het eerste principe van werkelijk onderwijs is dat niets kan worden aangeleerd. De opvoeder of leraar is geen instructeur of opdrachtgever, hij is een helper en een gids. Het is zijn taak om aan te wijzen en niet om iets op te dringen. Hij is er niet om het verstand van de leerling te trainen, maar alleen om de leerling te laten zien hoe hij zijn instrumenten van kennis kan perfectioneren. De leraar helpt de leerling zijn eigen kennis op te doen. Hij roept de kennis die binnenin is niet op; hij laat hem alleen zien waar deze ligt en hoe het naar de oppervlakte kan komen.

Het tweede principe is dat het intellect zelf aangesproken dient te worden voor het eigen groeiproces. Het idee dat een kind gemaakt kan worden naar het beeld dat door de ouders of een leraar gewenst is, is barbaars en onwetend. Het kind dient te worden aangespoord om uit zichzelf te groeien in overeenstemming met zijn eigen aard. Ouders kunnen geen grotere fout begaan dan het op voorhand arrangeren dat hun kind bepaalde kwaliteiten, capaciteiten, ideeën en deugden zal ontwikkelen of dat het voorbereid wordt op een vooraf bedachte carrière. Door de natuur te dwingen om het eigen dharma  los te laten, wordt permanente schade toegebracht. Het beschadigt de groei en doet de perfectie teniet. Het is een egoïstische tirannie over een menselijke ziel en een wond voor de samenleving, die het voordeel verliest van het beste dat hem gegeven zou kunnen worden. De samenleving wordt dan gedwongen om in plaats van de perfectie waarover het had kunnen beschikken, iets dat imperfect en kunstmatig, tweederangs, plichtmatig en gewoontjes is, te accepteren.

Ieder mens heeft iets Goddelijks in zich, iets van zichzelf, een mogelijkheid tot kracht en perfectie, hoe klein ook, dat God hem aanbiedt om te ontvangen of te weigeren. De taak is om het te vinden, het te ontwikkelen en het te gebruiken. Het belangrijkste doel van de opvoeding en onderwijs zou moeten zijn om de groeiende ziel te helpen om het beste uit zichzelf te halen en het te perfectioneren voor een nobel gebruik.

Het derde principe van onderwijs is om te werken van klein naar groot. Van dat wat reeds is, naar dat wat zal zijn. De basis en de aard van een mens is bijna altijd -naast het verleden van zijn ziel- gelegen in zijn erfelijkheid, zijn omgeving, zijn nationaliteit, zijn land, zijn bron van inkomsten, de lucht die hij ademt, dat wat hij ziet, geluiden die hij hoort en de gebruiken waaraan hij gewend is. Ze vormen hem, ongemerkt, sterk. Vandaaruit moeten we beginnen. We moeten de natuur niet uit de aarde rukken waarin het opgroeit. Ook moeten we het verstand niet alleen maar blootstellen aan beelden en ideeën van een leven dat ver af staat van het alledaagse leven. Als er iets van buitenaf moet worden opgenomen, dan moet het worden aangereikt en niet worden opgedrongen. Een vrije en natuurlijke groei is een voorwaarde voor werkelijke ontwikkeling.

CWSA 1:384-385

 

 

Sri Aurobindo leefde zo vele levens in één leven dat het nauwelijks te bevatten is dat zoveel genialiteit zich in één persoon verenigd heeft.
Het project een artikel te schrijven over zijn leven is bij voorbaat al mislukt, maar wij wagen een poging hiertoe uit liefde voor het bevrijdende werk, niet alleen voor India, maar voor de hele mensheid, dat Sri Aurobindo heeft verzet.

Vrijheidsstrijder
Toen Aurobindo Ghose in 1872 werd geboren was India een kolonie van Engeland. Zijn vader had in Engeland medicijnen gestudeerd en was volkomen verengelst terug gekomen. Hij was niet van plan zijn zoons te laten besmetten met het wazige en achterlijke mysticisme van India en stuurde zijn drie zoons op zeer jonge leeftijd naar Engeland om daar geschoold te worden. Aurobindo was toen 7 jaar.
Na een leven vol moeilijkheden, kou en geldtekort, een studie aan Cambridge waar hij uitmuntte in Griekse en Latijnse poëzie, keerde hij op 20-jarige leeftijd terug naar zijn vaderland. Zijn beide ouders waren inmiddels overleden, hij sprak vloeiend vele Westerse talen, maar zijn moedertaal moest hij opnieuw leren spreken.

Hij was verbijsterd door de berusting van zijn eigen volk in de overheersing van de Engelsen en zoals hij door zijn Westerse opvoeding had geleerd werd zijn verbijstering omgezet in daden.
Hij sprak de Engelsen niet aan op de grove inname van zijn land en overheersing van zijn volk, hij begon een dialoog met de Indiërs om hen bewust te maken van de absurde situatie die was ontstaan. Dit deed hij o.a. door een tijdschrift uit te geven met de toepasselijk naam: De lotus en de dolk.
De Britten hadden al snel door dat ze hier met iemand te maken hadden die heel gevaarlijk voor hen was. Hij was opgevoed in hun cultuur en hij was bereid terug te vechten met gelijke wapens. Meerdere keren werd hij gevangen gezet en het had een haar gescheeld of hij was aan de galg gestorven.
Tijdens zijn laatste gevangenschap kreeg hij de ervaring van kosmisch bewustzijn (de ervaring van eenheidsbewustzijn, in alle verscheidenheid ervaar je het gevoel van eenheid) die hij als volgt omschreef.
Ik keek naar de gevangenis die me van mensen afzonderde, en het waren niet langer de hoge muren die me gevangen hielden; nee, het was Vasudeva* die me omringde. Ik liep onder de takken van de boom voor mijn cel door, maar het was niet de boom, ik wist dat het Vasudeva was, het was Sri Krishna* die ik daar zag staan en zijn schaduw over me heen wierp. Ik keek naar de tralies van mijn cel, het hek dat als deur diende en weer zag ik Vasudeva, Het was Narayana* die op wacht stond en me bewaakte.

* Een van de namen van het Goddelijke

Toen de dag van de uitspraak kwam en iedereen de doodstraf verwachtte, werd zijn advocaat plotseling door een ingeving gegrepen, die zich aan alle aanwezigen meedeelde en de rechters schokte: “Lang na zijn dood zullen zijn woorden worden herhaald, niet alleen in India, maar ver over de zeeën en in verre landen. Want ik zeg U: een mens als hij staat niet alleen hier voor dit tribunaal, maar voor het Hoogste gerechtshof der Geschiedenis.”
Op 5 mei 1901 werd Sri Aurobindo na een jaar gevangenschap vrij gesproken.

In 1910 trok Sri Aurobindo zich terug uit de politiek. Hij vestigde zich in Pondicherry, een overblijfsel van de Franse bezetting van India waar hij later zijn Franse spirituele metgezel Mirra Alfassa zou ontmoeten.
Vanaf dat moment zou zijn strijd voor innerlijke bevrijding van de mensheid centraal staan.

De bevrijding van India werd op 15 augustus 1947 uitgesproken; op de verjaardag van Sri Aurobindo.

Yogi en Ziener
Maar we nemen je nog even een stukje mee terug in de tijd. Want sprekende over de politieke loopbaan van Sri Aurobindo, zou je bijna vergeten dat deze parallel liep aan zijn yogaweg. Toen Sri Aurobindo op 20-jarige leeftijd weer in India kwam wonen moest hij niets hebben van yoga.
“Een yoga, die van me eist, dat ik de wereld opgeef, is niets voor mij; alleen gered worden, terwijl de wereld aan haar lot wordt overgelaten ervaar ik bijna als onsmakelijk.”
Maar op een zekere dag was Sri Aurobindo getuige van een merkwaardige scene, ook al was die voor India heel gewoon; zijn broer Barin was ziek geworden door een kwaadaardige koorts, toen er een van die halfnaakte monniken aan de deur kwam, die men nagasanyasin noemt en wier lichaam bedekt is met as. Hij ging vermoedelijk, zoals gewoonlijk, van deur tot deur om eten bij elkaar te bedelen, toen hij Barin aantrof, in zijn deken gerold en rillend van de koorts. Zonder een woord te zeggen vroeg hij om een glas water, maakte een teken, reciteerde een mantra en gaf de zieke te drinken. Vijf minuten later was de zieke genezen en de monnik
verdwenen. Sri Aurobindo had wel horen spreken over de vreemde vermogens van deze asceten, maar ditmaal had hij het met zijn ogen gezien en hij kwam tot de conclusie dat yoga ook nog voor iets anders kan dienen dan een vlucht. Hij had macht nodig om India te bevrijden.
Er leefde een atheïst in me en een scepticus en ik was er helemaal niet zo zeker van of er een God bestond. ik had het gevoel dat er een machtige waarheid ergens in deze yoga moest schuilen. Toen ik me dus tot de yoga wendde en besloot deze te beoefenen en uit te vinden of mijn idee juist was, deed ik het in deze geest en met deze bede sprak ik tot Hem: ‘Indien Gij zijt, kent Gij mijn hart. Gij weet dat ik niet vraag om Moekti (bevrijding), ik vraag niets waar anderen om vragen. Ik vraag alleen om kracht om deze natie op te heffen, ik vraag alleen om te mogen leven en werken voor dit volk dat ik lief heb.
En zo begaf Sri Aurobindo zich op het yogapad.

De lezer weet wellicht hoe moeilijk het is om de onophoudelijke gedachtenfabriek in ons hoofd stil te maken, Sri Aurobindo bereikte binnen enkele dagen de ervaring van de mentale stilte, die sindsdien een blijvende toestand voor hem was. Het neerdalen van de Kracht, de ontdekking van de ziel, door hem het psychisch wezen genoemd, het bereiken van nirvana, de overgang naar kosmisch bewustzijn… talloze yogische ervaringen vielen hem ten deel. Maar Sri Aurobindo was ook als yogi een revolutionair. Daar waar de traditionele yogi’s hun doel hadden bereikt, daar ging hij verder. Voorbij het nirvana wat voor de boeddhisten het einddoel was van de weg. De trappen van het mentale bewustzijn trede voor trede opstijgend tot aan het hoogst haalbare voor de mens tot dan toe: de bovenmentale regionen. Daar ging hij verder en stuitte op een groot geheim.
Niemand was daar ooit gegaan, zoals hij het zelf omschreef ‘kloppend op een deur waar geen sleutel voor is’.
Een nieuwe stap in de evolutie van de mens die hij ‘het supramentale’ noemde, betekenend: voorbij het mentale.
De laatste jaren van zijn leven leefde hij in afzondering. Zijn spirituele metgezel Mira Alfassa, door hem De Moeder, genoemd kreeg de leiding over de ashram die rondom hem was ontstaan. Samen met de Moeder werkte hij eraan de weg vrij te maken om het nieuwe supramentale bewustzijn in de aardse sfeer te brengen.
Sri Aurobindo was een groot ziener van de evolutie, de mondiale eenheidswording is door hem reeds voorspeld (internet heeft hij natuurlijk nooit meegemaakt), evenals de toenadering van wetenschap en spiritualiteit, het omvallen van politieke en economische stelsels…. en hij voorspelde dat er een moment zou komen waarop wereldwijd yoga beoefend zou gaan worden, waarbij hij yoga definieerde als bewuste zelfontwikkeling.
Zijn leven was de geboorte van een nieuw tijdperk.

Filosoof & schrijver
Sri Aurobindo was ook filosoof en schrijver. Wie zijn teksten heeft gelezen weet dat ze van hoog intellectueel niveau zijn en voor een groot deel van de mensheid bijna onleesbaar. De zinnen zijn lang, vol met moeilijke woorden en zijn analytische betogen gaan verder dan een doorsnee menselijk denkvermogen aankan.
In ons centrum voor Integrale Yoga hebben wij het grote voorrecht dat Lopamudra zijn teksten verslindt. Ze leest daarin haar eigen ervaringen. En door de teksten te lezen met haar leerlingen, maken zij contact met het bewustzijn, de sfeer van Sri Aurobindo.
In een compacte stilte, onbeweeglijk, worden de leerlingen uitgedaagd te klimmen naar de hoogste toppen van hun bewustzijn.

Nadat Sri Aurobindo zich in 1926 had terug getrokken in bijna totale afzondering, onderhield hij het contact met zijn discipelen door het schrijven van brieven. Velen daarvan zijn gebundeld en nog altijd een leidraad voor de zoeker op het integrale yogapad.

Zijn gedichtenepos ‘Savitri’ is de meest omvangrijke gedichtenbundel in de Engelse taal.
Op meeslepend wijze neemt Sri Aurobindo de lezer mee op de ladder van de evolutie, een lange weg vol herkenning, uitmondend in de rivier van Yoga waaruit een nieuwe toekomst voor de mens voortvloeit.
Sri Aurobindo heeft een groot deel van zijn leven gewerkt aan Savitri, hij schreef en herschreef. Zelfs toen hij blind werd, bleef hij er met enkele discipelen aan werken.
Hij liet zich leiden door de Kracht. Het schrijven zelf was een manier om het nieuwe bewustzijn in de aardse sfeer te brengen.

Het had weinig gescheeld of Sri Aurobindo had de Nobelprijs voor de literatuur gekregen voor zijn boek “The life divine’. Het is overigens maar de vraag of hij die geaccepteerd zou hebben, hij zat niet bepaald te wachten op menselijke beoordelingen en schouderklopjes.
Zijn houding naar mensen toe was volkomen onpersoonlijk, hetgeen door een onwetende ziel misschien uitgelegd zou kunnen worden als ongevoelig of onverschillig.
Zijn liefde voor de mensheid toonde hij vlak voor zijn heengaan toen hij zijn trouwe leerling Nolini Kanta Gupta innig omhelsde, als een symbolische omhelzing van de hele mensheid die hij zo lief had en waar hij zijn strijd voor had gestreden. Kort daarna sloot hij zijn aardse ogen voorgoed.
Voorgoed, want als hij terugkomt, zo heeft hij reeds voorspeld, dan zal het zijn in een supramentaal lichaam.

Als het mensdom slechts een glimp zou opvangen van de oneindige vreugde, de volmaakte krachten, de stralende gebieden van spontane kennis en de wijde kalmten van ons wezen, die op ons liggen te wachten in de uitgestrekte gebieden, die onze dierlijke evolutie nog niet heeft veroverd, dan zouden ze alles in de steek laten en nooit rusten tot ze deze schatten hadden verworven. Maar de weg is smal en de deuren zijn moeilijk te forceren en angst, wantrouwen en scepticisme staan daar als de wachtposten der Natuur om ons te verbieden ons af te keren van de minder gebruikelijke weiden.
– SRI AUROBINDO –

 

Vrede kun je leren, is de titel van een boekje van Thomas d’Ansembourg en David van Reybrouk. De titel dekt de lading van het boek: Vrede is een vak en kun je leren, net zoals je een taal leert, of wiskunde of motorrijden.

In 1987 werd op instigatie van de dalai lama het Mind & Life Institute opgericht, een internationaal netwerk voor wetenschappelijk onderzoek. Het idee was de oosterse spiritualiteit tot onderzoeksonderwerp van westerse wetenschappen te maken. De dalai lama behoorde daarmee tot de weinige religieuze leiders in de geschiedenis die niet huiverig staan tegenover rationeel wetenschappelijk onderzoek, maar het juist aanmoedigen. Wetenschap en spiritualiteit kunnen elkaar volgens hem alleen maar versterken. Welk effect heeft meditatie op de menselijke geest? Heeft meditatie een fysiologische basis? Kan meditatie ons welzijn en dat van anderen verhogen?

Sindsdien is meditatie niet langer een atypische bezigheid voor ingewijden, maar een onderwerp dat serieus wordt bestudeerd en waar enkele internationaal gerenommeerde onderzoekers zich over buigen.

Laten we bijvoorbeeld eens kijken welk parcours Matthieu Ricard heeft afgelegd. [..] Enkele jaren geleden is hij uitgeroepen tot ‘de gelukkigste persoon ter wereld’: neurowetenschappers hadden hem gevraagd of ze zijn hersenen onder een scanner mochten bestuderen terwijl hij aan het mediteren was. Ze namen meer gammagolven waar dan men tot nu toe in een menselijk brein hadden kunnen zien. De hersengebieden waar zich de positieve emoties bevinden, vertoonden een abnormaal hoge activiteit.

Vervolgens werd wetenschappelijk aangetoond dat bij mensen die regelmatig mediteren, al was het maar een half uur per dag, de structuur en de werking van de hersenen al na enkele weken veranderen, net zoals dat gebeurt bij mensen die een instrument leren bespelen, een taal leren of voortdurend onder stress staan. Onze hersenen blijken even plooibaar als onze spieren.

Matthieu Ricard heeft alle resultaten van recent onderzoek naar meditatie samengebracht en een monumentaal werk: Altruïsme. De kracht van compassie.[…]

De resultaten zijn verbluffend. De afgelopen vijftien jaren hebben wetenschappers onweerlegbaar vastgesteld dat regelmatig mediteren bevorderlijk is voor prosociaal gedrag, altruïsme, welbevinden, mildheid en compassie. Het verbetert de geestelijke gezondheid en vermindert slapeloosheid, angst en piekeren. Het bevordert de concentratie, de veerkracht, de gemoedsrust, het zelfrespect en het mededogen voor de ander en voor zichzelf. Fysieke pijn wordt beter te verdragen en zelfs cellen verouderen trager, waardoor je dus niet alleen gezonder leeft maar ook langer! […]

Tien minuten geconcentreerd ademhalen en leven in het nu. Het zijn geen minuten waarin je van de aardbodem verdwijnt, maar waarin je weer op aarde landt. Innerlijke vrede begint met een doodeenvoudige handeling, slechts de tijd die het kost om je Facebookpagina voor de zoveelste keer te controleren.

teksten uit: Vrede kun je leren.

debezigebij.nl