Voorwoord uit het boek: Het avontuur van het bewustzijn door Satprem (geschreven in 1970)

Het tijdperk van avonturen is voorbij. Zelfs als we naar het zevende melkwegstelsel gaan, gaan we daarheen gehelmd en gemechaniseerd, en vinden we onszelf terug zoals we zijn: kinderen, oog in oog met de dood, levenden die niet goed weten hoe ze leven, noch waarom, noch waarheen ze gaan. En op aarde weten we best, dat de tijd van Cortez en Pizarro voorbij is: hetzelfde  Mechaniek sluit ons in, de val klapt dicht. Maar zoals altijd blijkt ook hier, dat onze zwaarste tegenspoed de beste gelegenheid is die ons geboden kan worden, en dat de donkere gang alleen maar een gang is die leidt naar een groter licht. We staan dus met de rug tegen de muur, oog in oog met het laatste gebied dat ons nog rest om te onderzoeken, het laatste avontuur: onszelf.

Er zijn tekenen in overvloed, ze zijn eenvoudig en spreken voor zichzelf. Het belangrijkste verschijnsel van de laatste tien jaar is niet de reis naar de maan, maar de ‘trips’ met de drugs, de grote volksverhuizing naar de bergweiden van de hippies, en de gisting onder de studenten over de hele wereld. En waar zouden we heen moeten gaan? Er is geen ruimte meer op de wemelende stranden, geen ruimte meer op de overvolle wegen, geen ruimte meer in de steeds groeiende termietenheuvels van onze steden. We zullen elders een opening moeten vinden.

Maar er zijn allerlei soorten ‘elders’. Dat van de drugs is onzeker en bezaaid met gevaren, en vooral: het is afhankelijk van een extern hulpmiddel – een ervaring moet te verkrijgen zijn wanneer men dat wil en waar dan ook, midden op de markt zo goed als in de eenzaamheid van onze kamer, anders is het geen ervaring, maar een afwijking of een vorm van slavernij. Dat van de psychoanalyse blijft voor het moment beperkt tot een paar slechtverlichte spelonken, en bovenal ontbreekt het haar aan die hefboom van bewustzijn, die de mens in staat stelt te gaan waar hij wil, als meester en niet als machteloze getuige of ziekelijk slachtoffer. Dat van de religie is beter verlicht, maar ook dat is afhankelijk, van een god of een dogma, en vooral: het sluit ons op in één soort ervaring, want men kan net zo goed, en zelfs beter, de gevangene zijn van gindse werelden dan van de wereld hier. En tenslotte wordt de waarde van de ervaring bepaald door haar vermogen het leven te transformeren, anders worden we geconfronteerd met een bedrieglijke droom of een hallucinatie.

Sri Aurobindo laat ons een dubbele ontdekking doen, die we dringend nodig hebben, als we niet alleen een uitlaatklep zoeken voor de ons verstikkende chaos, maar onze wereld willen transformeren. Want als we hem stap voor stap volgen in zijn ongelofelijk onderzoek – zijn techniek van de innerlijke ruimte, om zo te zeggen – dan worden we geleid naar de grootste ontdekking aller tijden, naar de poort van het Grote Geheim dat de uiterlijke wereld moet veranderen, namelijk dat bewustzijn een vermogen is. Verbijsterd als we zijn door de ‘onontkoombare’ wetenschappelijke omstandigheden waarin we geboren zijn, zou het kunnen lijken of de enige hoop van de mens ligt in een progressieve uitbreiding van zijn machines, die beter zullen zien dan hij, beter zullen horen dan hij, beter zullen rekenen dan hij, beter zullen genezen dan hij – en die tenslotte misschien beter zullen leven dan hij. Het gaat er evenwel om te ontdekken, dat wij het beter kunnen dan onze machines, en dat het enorme Mechaniek dat ons verstikt even snel in puin kan vallen als het is ontstaan, als we alleen maar de ware macht zouden aanraken en in ons eigen hart afdalen als methodische, rigoureuze en lucide onderzoekers.

Dan zullen we misschien ontdekken, dat die prachtige twintigste eeuw van ons zich nog maar in het Stenen Tijdperk van de psychologie bevond, en dat we met al onze wetenschap de ware Wetenschap van het Leven nog niet zijn binnengegaan, noch het meesterschap over de wereld en over onszelf, en dat zich voor ons perspectieven openen van een volmaaktheid, een harmonie en een schoonheid, waarnaast onze grootse ontdekkingen zullen verbleken tot het gepruts van een beginneling.

Satprem,
Pondicherry, 27 januari 1970

Het eerste principe van werkelijk onderwijs is dat niets kan worden aangeleerd. De opvoeder of leraar is geen instructeur of opdrachtgever, hij is een helper en een gids. Het is zijn taak om aan te wijzen en niet om iets op te dringen. Hij is er niet om het verstand van de leerling te trainen, maar alleen om de leerling te laten zien hoe hij zijn instrumenten van kennis kan perfectioneren. De leraar helpt de leerling zijn eigen kennis op te doen. Hij roept de kennis die binnenin is niet op; hij laat hem alleen zien waar deze ligt en hoe het naar de oppervlakte kan komen.

Het tweede principe is dat het intellect zelf aangesproken dient te worden voor het eigen groeiproces. Het idee dat een kind gemaakt kan worden naar het beeld dat door de ouders of een leraar gewenst is, is barbaars en onwetend. Het kind dient te worden aangespoord om uit zichzelf te groeien in overeenstemming met zijn eigen aard. Ouders kunnen geen grotere fout begaan dan het op voorhand arrangeren dat hun kind bepaalde kwaliteiten, capaciteiten, ideeën en deugden zal ontwikkelen of dat het voorbereid wordt op een vooraf bedachte carrière. Door de natuur te dwingen om het eigen dharma  los te laten, wordt permanente schade toegebracht. Het beschadigt de groei en doet de perfectie teniet. Het is een egoïstische tirannie over een menselijke ziel en een wond voor de samenleving, die het voordeel verliest van het beste dat hem gegeven zou kunnen worden. De samenleving wordt dan gedwongen om in plaats van de perfectie waarover het had kunnen beschikken, iets dat imperfect en kunstmatig, tweederangs, plichtmatig en gewoontjes is, te accepteren.

Ieder mens heeft iets Goddelijks in zich, iets van zichzelf, een mogelijkheid tot kracht en perfectie, hoe klein ook, dat God hem aanbiedt om te ontvangen of te weigeren. De taak is om het te vinden, het te ontwikkelen en het te gebruiken. Het belangrijkste doel van de opvoeding en onderwijs zou moeten zijn om de groeiende ziel te helpen om het beste uit zichzelf te halen en het te perfectioneren voor een nobel gebruik.

Het derde principe van onderwijs is om te werken van klein naar groot. Van dat wat reeds is, naar dat wat zal zijn. De basis en de aard van een mens is bijna altijd -naast het verleden van zijn ziel- gelegen in zijn erfelijkheid, zijn omgeving, zijn nationaliteit, zijn land, zijn bron van inkomsten, de lucht die hij ademt, dat wat hij ziet, geluiden die hij hoort en de gebruiken waaraan hij gewend is. Ze vormen hem, ongemerkt, sterk. Vandaaruit moeten we beginnen. We moeten de natuur niet uit de aarde rukken waarin het opgroeit. Ook moeten we het verstand niet alleen maar blootstellen aan beelden en ideeën van een leven dat ver af staat van het alledaagse leven. Als er iets van buitenaf moet worden opgenomen, dan moet het worden aangereikt en niet worden opgedrongen. Een vrije en natuurlijke groei is een voorwaarde voor werkelijke ontwikkeling.

CWSA 1:384-385

 

 

Vorig jaar ging Dalilah Abdoun, centrumleidster van “Dalilah, Integrale Yoga & Meditatie” uit Zeeland voor een rondreis naar Noord- India en Nepal. Voor ze naar Kathmandu afreisde googelde ze of er een connectie te vinden was met Sri Aurobindo en zo vond ze de Sri Aurobindo ashram van Ramchandra.
Ze stuurde hem een e-mail met de vraag of ze de ashram mocht bezoeken en kreeg de volgende dag een antwoord. Ze was van harte welkom!

Na een taxirit van een klein uur, want in Nepal duurt een rit van 10 km al snel een uur, bereikte ze de bestemming in een rustig gelegen deel buiten de stad waar de ashram ligt tegen een berg.
Bij aankomst in de ashram was het rustig. De kinderen zaten op school en voor de school zaten een paar franse stagiaires die voor een uitwisselingsproject Nepal bezochten.
Ze werd hartelijk ontvangen door Ramchandra die haar een rondleiding gaf en of ze toch wilde blijven eten….

De tour bracht haar door de biologische moestuin naar de koeienstallen; de schuur waar ze meel malen; de slaapplaatsen van de jongens en die van de meisjes. De ruimte waar ze sjaals weven zat op slot. Enkele jaren geleden besloot een stel 4-jarige kinderen om een handje te helpen in de weverij. Die goedbedoelde actie had niet zo goed uitgepakt. Ze hebben veel werk moeten weggooien.  Vol trots toonde Ramchandra de nieuwe school. De oude school was door de aardbeving verwoest.

Over Ramchandra

Op 12-jarige leeftijd loopt Ramchandra (geboren in 1963) van huis weg. Hij is de oudste van een gezin met zes kinderen, woont in een zeer arm dorp in Nepal en de toekomst heeft niet veel te bieden. Samen met een  vriend vertrekt hij naar India.
Vele jaren en avonturen later krijgt hij op 20-jarige leeftijd een boek van Sri Aurobindo in handen en besluit om naar het zuiden te gaan naar Auroville en naar de ashram van Sri Aurobindo. Hij besluit er te gaan wonen en werken.
Hij verblijft twaalf jaar in de ashram en vult zijn dagen met Karma Yoga. Het leven is goed maar na verloop van tijd gaat er iets knagen bij hem en hij besluit om te voet naar Nepal terug te keren.
Bij thuiskomst ziet hij de armoede en raakt het hem diep in zijn hart. Hij gaat nog terug naar Pondicherry maar maakt van daaruit plannen voor een toekomst in Nepal. Met een klein stukje land, een koe en een lemen hut begint hij er een ashram om straatkinderen een onderdak, eten en later ook onderwijs te bieden.

Nu, 25 jaar later en ruim 1.000 kinderen verder, werkt Ram nog steeds aan een mooie toekomst voor kinderen. De ashram biedt in de eerste plaats een veilige thuishaven voor honderd straatkinderen waarvan de ouders niet meer leven. Soms worden ze als baby te vondeling gelegd.
Toen Dalilah hem vroeg of hij ooit kinderen geweigerd had legde hij uit dat er dubieuze gevallen zijn, kinderen van gescheiden ouders… maar meisjes weigert hij nooit omdat hij weet dat wanneer ze op straat komen te staan ze veelal in India verkocht worden.
De kinderen hebben een lesprogramma dat o.a. bestaat uit: yoga, meditatie, hygiëne, toneel maar bijvoorbeeld ook Frans. Ze werken mee in de ashram en ze leren een vak. En dat alles in de geest van Sri Aurobindo en De Moeder.

Tijdens Dalilahs verblijf vertelde Ramchandra dat hij die zomer (2018) naar Frankrijk zou komen. Hij zou daar workshops gaan geven en Dalilah nodigde hem uit naar Zeeland te komen om daar ook workshops te geven. Het contact tussen hen ging zo makkelijk. Alsof ze elkaar al jaren kenden.

In de zomer van 2018 was Ramchandra twee weken in Zeeland om workshops te geven. Men kreeg toen een voorstelling van traditionele Nepalese & Indiase dans. Hij vertelde over zijn leven en werk in de ashram en er was de mogelijkheid om vragen aan hem te stellen. Er werd afgesloten met Yoga Nidra.
Ook dit jaar komt Ramchandra naar Nederland.

Van 1 t/m 7 juli geeft hij in Zeeland een 1, 4 of 7 daagse retraite. Op zondagavond 7 juli zal hij een lezing in Rotterdam geven. De opbrengst van alle activiteiten komt ten goede aan de ashram van Ramchandra.

Lezers van deze blog zijn van harte welkom deel te nemen aan één van de programma’s.
Voor meer informatie en aanmelden klik hier.

 

 

 

 

 

 

 

Sri Aurobindo leefde zo vele levens in één leven dat het nauwelijks te bevatten is dat zoveel genialiteit zich in één persoon verenigd heeft.
Het project een artikel te schrijven over zijn leven is bij voorbaat al mislukt, maar wij wagen een poging hiertoe uit liefde voor het bevrijdende werk, niet alleen voor India, maar voor de hele mensheid, dat Sri Aurobindo heeft verzet.

Vrijheidsstrijder
Toen Aurobindo Ghose in 1872 werd geboren was India een kolonie van Engeland. Zijn vader had in Engeland medicijnen gestudeerd en was volkomen verengelst terug gekomen. Hij was niet van plan zijn zoons te laten besmetten met het wazige en achterlijke mysticisme van India en stuurde zijn drie zoons op zeer jonge leeftijd naar Engeland om daar geschoold te worden. Aurobindo was toen 7 jaar.
Na een leven vol moeilijkheden, kou en geldtekort, een studie aan Cambridge waar hij uitmuntte in Griekse en Latijnse poëzie, keerde hij op 20-jarige leeftijd terug naar zijn vaderland. Zijn beide ouders waren inmiddels overleden, hij sprak vloeiend vele Westerse talen, maar zijn moedertaal moest hij opnieuw leren spreken.

Hij was verbijsterd door de berusting van zijn eigen volk in de overheersing van de Engelsen en zoals hij door zijn Westerse opvoeding had geleerd werd zijn verbijstering omgezet in daden.
Hij sprak de Engelsen niet aan op de grove inname van zijn land en overheersing van zijn volk, hij begon een dialoog met de Indiërs om hen bewust te maken van de absurde situatie die was ontstaan. Dit deed hij o.a. door een tijdschrift uit te geven met de toepasselijk naam: De lotus en de dolk.
De Britten hadden al snel door dat ze hier met iemand te maken hadden die heel gevaarlijk voor hen was. Hij was opgevoed in hun cultuur en hij was bereid terug te vechten met gelijke wapens. Meerdere keren werd hij gevangen gezet en het had een haar gescheeld of hij was aan de galg gestorven.
Tijdens zijn laatste gevangenschap kreeg hij de ervaring van kosmisch bewustzijn (de ervaring van eenheidsbewustzijn, in alle verscheidenheid ervaar je het gevoel van eenheid) die hij als volgt omschreef.
Ik keek naar de gevangenis die me van mensen afzonderde, en het waren niet langer de hoge muren die me gevangen hielden; nee, het was Vasudeva* die me omringde. Ik liep onder de takken van de boom voor mijn cel door, maar het was niet de boom, ik wist dat het Vasudeva was, het was Sri Krishna* die ik daar zag staan en zijn schaduw over me heen wierp. Ik keek naar de tralies van mijn cel, het hek dat als deur diende en weer zag ik Vasudeva, Het was Narayana* die op wacht stond en me bewaakte.

* Een van de namen van het Goddelijke

Toen de dag van de uitspraak kwam en iedereen de doodstraf verwachtte, werd zijn advocaat plotseling door een ingeving gegrepen, die zich aan alle aanwezigen meedeelde en de rechters schokte: “Lang na zijn dood zullen zijn woorden worden herhaald, niet alleen in India, maar ver over de zeeën en in verre landen. Want ik zeg U: een mens als hij staat niet alleen hier voor dit tribunaal, maar voor het Hoogste gerechtshof der Geschiedenis.”
Op 5 mei 1901 werd Sri Aurobindo na een jaar gevangenschap vrij gesproken.

In 1910 trok Sri Aurobindo zich terug uit de politiek. Hij vestigde zich in Pondicherry, een overblijfsel van de Franse bezetting van India waar hij later zijn Franse spirituele metgezel Mirra Alfassa zou ontmoeten.
Vanaf dat moment zou zijn strijd voor innerlijke bevrijding van de mensheid centraal staan.

De bevrijding van India werd op 15 augustus 1947 uitgesproken; op de verjaardag van Sri Aurobindo.

Yogi en Ziener
Maar we nemen je nog even een stukje mee terug in de tijd. Want sprekende over de politieke loopbaan van Sri Aurobindo, zou je bijna vergeten dat deze parallel liep aan zijn yogaweg. Toen Sri Aurobindo op 20-jarige leeftijd weer in India kwam wonen moest hij niets hebben van yoga.
“Een yoga, die van me eist, dat ik de wereld opgeef, is niets voor mij; alleen gered worden, terwijl de wereld aan haar lot wordt overgelaten ervaar ik bijna als onsmakelijk.”
Maar op een zekere dag was Sri Aurobindo getuige van een merkwaardige scene, ook al was die voor India heel gewoon; zijn broer Barin was ziek geworden door een kwaadaardige koorts, toen er een van die halfnaakte monniken aan de deur kwam, die men nagasanyasin noemt en wier lichaam bedekt is met as. Hij ging vermoedelijk, zoals gewoonlijk, van deur tot deur om eten bij elkaar te bedelen, toen hij Barin aantrof, in zijn deken gerold en rillend van de koorts. Zonder een woord te zeggen vroeg hij om een glas water, maakte een teken, reciteerde een mantra en gaf de zieke te drinken. Vijf minuten later was de zieke genezen en de monnik
verdwenen. Sri Aurobindo had wel horen spreken over de vreemde vermogens van deze asceten, maar ditmaal had hij het met zijn ogen gezien en hij kwam tot de conclusie dat yoga ook nog voor iets anders kan dienen dan een vlucht. Hij had macht nodig om India te bevrijden.
Er leefde een atheïst in me en een scepticus en ik was er helemaal niet zo zeker van of er een God bestond. ik had het gevoel dat er een machtige waarheid ergens in deze yoga moest schuilen. Toen ik me dus tot de yoga wendde en besloot deze te beoefenen en uit te vinden of mijn idee juist was, deed ik het in deze geest en met deze bede sprak ik tot Hem: ‘Indien Gij zijt, kent Gij mijn hart. Gij weet dat ik niet vraag om Moekti (bevrijding), ik vraag niets waar anderen om vragen. Ik vraag alleen om kracht om deze natie op te heffen, ik vraag alleen om te mogen leven en werken voor dit volk dat ik lief heb.
En zo begaf Sri Aurobindo zich op het yogapad.

De lezer weet wellicht hoe moeilijk het is om de onophoudelijke gedachtenfabriek in ons hoofd stil te maken, Sri Aurobindo bereikte binnen enkele dagen de ervaring van de mentale stilte, die sindsdien een blijvende toestand voor hem was. Het neerdalen van de Kracht, de ontdekking van de ziel, door hem het psychisch wezen genoemd, het bereiken van nirvana, de overgang naar kosmisch bewustzijn… talloze yogische ervaringen vielen hem ten deel. Maar Sri Aurobindo was ook als yogi een revolutionair. Daar waar de traditionele yogi’s hun doel hadden bereikt, daar ging hij verder. Voorbij het nirvana wat voor de boeddhisten het einddoel was van de weg. De trappen van het mentale bewustzijn trede voor trede opstijgend tot aan het hoogst haalbare voor de mens tot dan toe: de bovenmentale regionen. Daar ging hij verder en stuitte op een groot geheim.
Niemand was daar ooit gegaan, zoals hij het zelf omschreef ‘kloppend op een deur waar geen sleutel voor is’.
Een nieuwe stap in de evolutie van de mens die hij ‘het supramentale’ noemde, betekenend: voorbij het mentale.
De laatste jaren van zijn leven leefde hij in afzondering. Zijn spirituele metgezel Mira Alfassa, door hem De Moeder, genoemd kreeg de leiding over de ashram die rondom hem was ontstaan. Samen met de Moeder werkte hij eraan de weg vrij te maken om het nieuwe supramentale bewustzijn in de aardse sfeer te brengen.
Sri Aurobindo was een groot ziener van de evolutie, de mondiale eenheidswording is door hem reeds voorspeld (internet heeft hij natuurlijk nooit meegemaakt), evenals de toenadering van wetenschap en spiritualiteit, het omvallen van politieke en economische stelsels…. en hij voorspelde dat er een moment zou komen waarop wereldwijd yoga beoefend zou gaan worden, waarbij hij yoga definieerde als bewuste zelfontwikkeling.
Zijn leven was de geboorte van een nieuw tijdperk.

Filosoof & schrijver
Sri Aurobindo was ook filosoof en schrijver. Wie zijn teksten heeft gelezen weet dat ze van hoog intellectueel niveau zijn en voor een groot deel van de mensheid bijna onleesbaar. De zinnen zijn lang, vol met moeilijke woorden en zijn analytische betogen gaan verder dan een doorsnee menselijk denkvermogen aankan.
In ons centrum voor Integrale Yoga hebben wij het grote voorrecht dat Lopamudra zijn teksten verslindt. Ze leest daarin haar eigen ervaringen. En door de teksten te lezen met haar leerlingen, maken zij contact met het bewustzijn, de sfeer van Sri Aurobindo.
In een compacte stilte, onbeweeglijk, worden de leerlingen uitgedaagd te klimmen naar de hoogste toppen van hun bewustzijn.

Nadat Sri Aurobindo zich in 1926 had terug getrokken in bijna totale afzondering, onderhield hij het contact met zijn discipelen door het schrijven van brieven. Velen daarvan zijn gebundeld en nog altijd een leidraad voor de zoeker op het integrale yogapad.

Zijn gedichtenepos ‘Savitri’ is de meest omvangrijke gedichtenbundel in de Engelse taal.
Op meeslepend wijze neemt Sri Aurobindo de lezer mee op de ladder van de evolutie, een lange weg vol herkenning, uitmondend in de rivier van Yoga waaruit een nieuwe toekomst voor de mens voortvloeit.
Sri Aurobindo heeft een groot deel van zijn leven gewerkt aan Savitri, hij schreef en herschreef. Zelfs toen hij blind werd, bleef hij er met enkele discipelen aan werken.
Hij liet zich leiden door de Kracht. Het schrijven zelf was een manier om het nieuwe bewustzijn in de aardse sfeer te brengen.

Het had weinig gescheeld of Sri Aurobindo had de Nobelprijs voor de literatuur gekregen voor zijn boek “The life divine’. Het is overigens maar de vraag of hij die geaccepteerd zou hebben, hij zat niet bepaald te wachten op menselijke beoordelingen en schouderklopjes.
Zijn houding naar mensen toe was volkomen onpersoonlijk, hetgeen door een onwetende ziel misschien uitgelegd zou kunnen worden als ongevoelig of onverschillig.
Zijn liefde voor de mensheid toonde hij vlak voor zijn heengaan toen hij zijn trouwe leerling Nolini Kanta Gupta innig omhelsde, als een symbolische omhelzing van de hele mensheid die hij zo lief had en waar hij zijn strijd voor had gestreden. Kort daarna sloot hij zijn aardse ogen voorgoed.
Voorgoed, want als hij terugkomt, zo heeft hij reeds voorspeld, dan zal het zijn in een supramentaal lichaam.

Als het mensdom slechts een glimp zou opvangen van de oneindige vreugde, de volmaakte krachten, de stralende gebieden van spontane kennis en de wijde kalmten van ons wezen, die op ons liggen te wachten in de uitgestrekte gebieden, die onze dierlijke evolutie nog niet heeft veroverd, dan zouden ze alles in de steek laten en nooit rusten tot ze deze schatten hadden verworven. Maar de weg is smal en de deuren zijn moeilijk te forceren en angst, wantrouwen en scepticisme staan daar als de wachtposten der Natuur om ons te verbieden ons af te keren van de minder gebruikelijke weiden.
– SRI AUROBINDO –

 

Dit jaar viert Auroville haar 50-jarig bestaan. Op 28 februari was de viering van het gouden jubileum van Auroville, de universele stad die in 1968 door de Moeder werd gesticht. Het verhaal van Auroville is zo veelomvattend dat het onmogelijk is het in één artikel samen te vatten. In dit artikel gaan we in op de totstandkoming van Auroville.

‘Auroville wil een universele stad zijn, waar mannen en vrouwen uit alle landen in vrede en toenemende harmonie kunnen leven, boven ieder geloof, iedere politiek en nationaliteit. Het doel van Auroville is het verwerkelijken van de menselijke eenheid’
Met deze tekst begroet Auroville haar bezoekers op de website. Het is een citaat van de Moeder, geboren als Mirra Alfassa, de spirituele metgezel van Sri Aurobindo, door hem de Moeder genoemd, omdat zij de belichaming was van de Goddelijke kracht, in India ook wel shakti genoemd.
Auroville is een droom van Sri Aurobindo en de Moeder, gesticht toen Sri Aurobindo al was heen gegaan en ook de Moeder die in 1973 haar lichaam verliet, heeft de stad nauwelijks tot gestalte zien komen.
Zowel Sri Aurobindo als de Moeder hadden in hun vroegste geschriften de noodzaak geuit om op een bepaald moment een collectief experiment te starten onder optimale omstandigheden – idealiter in de vorm van een stad – om een fundament te creëren voor een nieuw bewustzijn in de wereld. De Ashram zelf, formeel gesticht in 1926, was een eerste poging in die richting. Pas in 1964 vond de Moeder dat het tijd was om zo’n gedurfd experiment op grotere schaal te starten.
De naam ‘Auroville’ is ter ere van Sri Aurobindo gegeven en betekent ook ‘City of Dawn’. Er werd een locatie in de buurt van Pondicherry – waar de ashram gevestigd is – gevonden. De tijd was rijp, het wiel in beweging gezet en de steun begon binnen te komen.

Het ontwerp van Auroville
In haar schets uit 1965 legde de moeder het basisconcept voor Auroville vast. Deze schets toont alle belangrijke activiteitengebieden die de visie zouden vervullen om er een universele stad van te maken. Voor andere dingen gaf ze een vrije hand aan Roger Anger, de Franse architect die ze had aangesteld om toezicht te houden op de fysieke ontwikkeling van de stad.

“Moeder had een aantal kaders gegeven: de verdeling van de stad in vier gebieden, of zones, en het aantal mensen voor wie de stad wordt beoogd (50.000). De verdeling in die vier zones (industrieel, residentieel, internationaal en cultureel) is uniek en heeft geen precedent in de stadsplanning. Op basis van dit schema hebben wij, de architecten en stedenbouwkundigen, suggesties voor haar gedaan. Dit gebeurde in verschillende fasen en uiteindelijk werd de Galaxy aan Moeder gepresenteerd als een model voor Auroville. Het plan werd door haar aanvaard omdat het beantwoordde aan haar richtlijnen. Zij bezielde en leidde het werk. Toen ik op een dag met haar over Auroville sprak, zei ze dat de stad op een subtiel niveau al bestaat, dat het al is geconstrueerd en dat het alleen nodig is om het naar beneden te trekken, om het op aarde te laten neerdalen. ”

Het galaxy model
Het hart van Auroville
In het centrum van Auroville vindt men de ‘ziel van de stad’, de Matrimandir, gelegen in een groot open gebied genaamd ‘Vrede’, van waaruit de toekomstige stad gebouwd zal worden.

De Matrimandir wordt de ziel van Auroville.
Hoe eerder de ziel er is, hoe beter het zal zijn
voor iedereen en vooral voor de Aurovilianen.
– DE MOEDER

De Matrimandir kan worden gezien als een grote gouden bol die uit de aarde lijkt te komen, wat de geboorte van een nieuw bewustzijn symboliseert. De naam ‘Matrimandir’ betekent letterlijk ‘Tempel van de Moeder’. Volgens Sri Aurobindo’s leer staat het ‘Moeder’-concept voor het grote evolutionaire, bewuste en intelligente principe van het Leven, de Universele Moeder, dat de mensheid probeert te helpen om voorbij zijn huidige beperkingen te gaan naar de volgende fase van zijn evolutionaire avontuur, het supramentale bewustzijn.
De ruime innerlijk ruimte op het bovenste halfrond van de Matrimandir is volledig wit, met witmarmeren muren en witte vloerbedekking. In het midden van de innerlijke ruimte staat een bol van puur kristal dat een straal zonlicht die door de opening van de bol naar binnen valt opvangt en weerkaatst. Deze lichtgevende bol straalt natuurlijke verlichting uit in de innerlijke ruimte.

“Het belangrijkste is dit: het spel van de zon in het midden, want dat wordt het symbool, het symbool van toekomstige realisaties.”

De Matrimandir is er voor “hen die willen leren zich te concentreren …” “Geen gefixeerde meditaties, dat allemaal, maar ze zouden daar moeten blijven in stilte, in stilte en concentratie. Een plek om te proberen je bewustzijn te vinden.”
– DE MOEDER

Inauguratie
De inauguratie van Auroville vond plaats op 28 februari 1968 toen ongeveer 5.000 mensen zich verzamelden in de buurt van de banyanboom in het centrum van het toekomstige amfitheater voor een inauguratieceremonie met vertegenwoordigers van 124 landen, waaronder alle staten van India.

De vertegenwoordigers brachten wat aarde mee uit hun thuisland, om te worden gemengd in een witte marmeren, lotusvormige urn, nu geplaatst in het brandpunt van het amfitheater. De Moeder maakte het handvest van Auroville bekend.
Op 28 februari 2018, de 50e verjaardag van Auroville, vindt in het amfitheater de waterceremonie plaats waarbij water uit 321 bronnen van over de hele wereld in de lotusvijver werd gegoten. De volgende video is niet alleen een mooie impressie van deze ceremonie maar geeft ook een prachtig beeld van het amfitheater, de urn met aarde en af en toe verschijnt de Matrimandir in beeld.
Klik hier om de video van de ceremonie te bekijken.